home » BLOG » Momblogger Anna over angsten : Egel & co.

Momblogger Anna over angsten : Egel & co.

Gepubliceerd op 26 februari 2019 21:42

Toen Olivia zo’n tweeënhalf was, hoorde ik haar voor het eerst praten over ‘de egel’. Aan haar manier van vertellen merkte ik dat het niet ging om een denkbeeldig vriendje, maar dat ze juist een beetje bang voor hem was. We hadden geen idee waar ze opeens die egel vandaan had; misschien had ze iets gezien in een boekje? Omdat ik toch nieuwsgierig was, vroeg ik haar een keer waar de egel dan woonde. ‘Bij de werkmensen!’ antwoordde ze, op een toon alsof ik naar de bekende weg had gevraagd. Het was ons eerste wonderlijke inkijkje in de fantasiewereld van een peuter, die daarna gestaag met haar is meegegroeid. Inmiddels zijn we een jaar verder en is de egel vervangen door een bont gezelschap van enge dieren, spoken en andere bangmakers. De ballotage van deze club is niet heel streng, getuige het almaar stijgende ledental; de laatste aanwinst bestaat uit ‘de spinnetjes’, die zich aansluiten bij ‘de vosjes’, ‘de wolfjes’, ‘de knuffelkrokodillen’ (?), ‘de spookjes’ en ‘de monstertjes’. Je zou denken dat de verkleinvorm die Olivia vaak gebruikt het dreigende gevaar enigszins zou relativeren, maar helaas. En dus sta ik elke avond voor het slapengaan een ritueeltje te improviseren, met de zogenaamde ‘monsterwegjaagstok’, om alle ongenode gasten uit Olivia’s bed te jagen.

Zo’n wegjaagstok zou ik zelf eigenlijk ook wel willen. Ik ben niet overdreven bang aangelegd, maar ook ik heb mijn angsten – en inmiddels weet ik uit ervaring dat er daarvan, na de geboorte van een kind, zo’n 823 bij komen. Een tijdje geleden las ik ergens iets als: een moederhart is groot en er past heel veel liefde in, maar het heeft ook een luikje dat vooral dicht moet blijven. Daarachter zitten namelijk je grootste angsten over wat je kind kan overkomen en als je dáár eenmaal te veel bij gaat stilstaan... enfin, daar is niemand bij gebaat. Irritant genoeg merk ik dat het waar is wat ze zeggen: pas nu ik zelf een dochter heb, besef ik ten volle wat mijn eigen ouders indertijd hebben moeten wegslikken. Hoe vaak heb ik niet als zeventienjarige op een late zaterdagavond de woorden ‘Joe, ik ben weg!’ richting de ouderlijke huiskamer geroepen, daarmee mijn vertrek naar het provinciale nachtleven aankondigend. Mijn moeder kwam me dan vaak nog vragen of ik haar wakker wilde maken als ik weer thuiskwam, gewoon, zodat ze weer gerust was. Mijn eye rolls waren indertijd niet van de lucht, maar ik vrees dat ik Olivia over een jaar of veertien hetzelfde ga vragen.

Olivia lijkt, afgezien van haar obsessie met spookdieren in haar bed, verder niet heel bangelijk. Als ze een groepje grote jongens ziet voetballen wil ze meedoen, monsterlijk grote honden worden sowieso geaaid en geen klimrek is haar te hoog. Ergens hoop ik dat ze altijd iets van deze onbevangenheid zal houden, dat ze de wereld met hetzelfde vertrouwen tegemoet zal blijven treden. Toch verheug ik me stiekem nu al op het moment dat Olivia, op een vroege zondagochtend in de toekomst, naar ons bed stommelt, een hand op mijn schouder legt en fluistert: ‘Mam, ik ben thuis.’

 

Anna


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.